Bij het saneren van schulden kunnen mensen een beroep doen op twee saneringstrajecten. Eerst wordt in het minnelijke traject een akkoord voorgesteld aan de schuldeisers. Dit is een schuldregelingsovereenkomst die de betrokken partijen bindt aan afspraken om de schuldsituatie op te lossen. Het ‘minnelijke’ duidt op de vrijwillige basis, waarbij schuldeisers instemmen met de voorgestelde regeling en slechts een gedeelte van de uitstaande schuld ontvangen. Het restant wordt dan kwijtgescholden. In principe duurt hier een aflossingstermijn 36 maanden, exclusief de duur van de intakefase van 4 maanden.

Wanneer het niet lukt om een minnelijk akkoord te bereiken met de schuldeisers, kan hierna een wettelijke schuldsanering aangevraagd worden volgens de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Dit vindt plaats als er geen dwangakkoord wordt uitgesproken door de rechter waarbij schuldeisers gedwongen worden om mee te werken aan de de minnelijke regeling. Een belangrijk verschil met het minnelijke traject is dat schuldeisers via de rechter verplicht zijn om mee te werken aan het wettelijk traject. Bij dit traject krijgt men een WSNP-bewindvoerder toegewezen.

Binnen de schuldhulpverlening geldt doorgaans een doorlooptermijn van 3 tot 6 jaar. Modus Vivendi is ervan overtuigd dat dit veel sneller en gemakkelijker kan. Het Rotterdamse Model zorgt ervoor dat er in de meeste gevallen binnen een half jaar een akkoord ligt met de schuldeisers of een wettelijk traject is gestart.

Het Rotterdamse Model is ontstaan vanuit het Rotterdamse gezegde ‘Niet lullen, maar poetsen’ en geeft aan dat er minder gepraat en harder gewerkt wordt. De kracht van het model zit hem in het feit dat vanaf de intake al gewerkt wordt aan een minnelijk akkoord, waardoor er een hogere kans op een instemming van schuldeisers is binnen het minnelijke traject. Een snel akkoord met schuldeisers betekent sneller een schone lei.   

Het wettelijke traject WSNP resteert hier dan alleen als een stok achter de deur en niet als doel op zichzelf.